Persbericht 15 mei 2013
Wat voorafging
Woensdag 15 mei zal het precies vijf jaar geleden zijn, dat de koning het wetsontwerp bekrachtigde betreffende de civiele veiligheid.
Deze nieuwe wet wijzigt grondig de organisatie van de niet-politionele hulpdiensten, met de vervanging van het juridisch kader dat
gegrondvest was op de wet van 31 december 1963.
Deze fundamentele omvorming geschiedt naar aanleiding van de dodelijkste industriële ramp in België sedert de ramp van Bois du Cazier in 1956: de ramp van Gellingen.
Op 30 juli 2004 gaat een alarm af voor voor een gaslek in de vroege ochtend in de industriezone van Gellingen. De brandweerlieden van Aat begeven zich ter plekke. Gedurende hun
interventie, ontploft een hogedruk aardgasleiding die behoort tot de maatschappij FLUXYS.
Deze gasontploffing veroorzaakte de dood van 24 personen en 132 personen geraakten ernstig gewond. In de dagen die volgden op deze ramp, werden de organisatie en de werking van de
brandweerdiensten opnieuw in vraag gesteld.
De regering die de hervorming van de civiele veiligheid reeds in de regeringsverklaring van 2003 had ingeschreven, verbond zich er toen toe de wetgeving te vervangen of aan te passen, aangezien
die werd beschouwd als voorbijgestreefd en deze niet meer beantwoordde aan de huidige eisen.
De ramp van Gellingen was dus de motor van de hervorming van de civiele veiligheid, namelijk het geheel van de niet-politionele hulpdiensten van het land, met inbegrip van de brandweerlieden en
personeelsleden van de civiele bescherming.
Naar aanleiding van deze ramp, werd er een Begeleidingscommissie voor de hervorming van de civiele veiligheid in september 2004 opgericht. Deze commissie die de naam Paulus kreeg, was
samengesteld uit vertegenwoordigers van de steden en gemeenten en de brandweerfederaties. Zij stelden hun eindverslag reeds voor in januari 2005.
Deze hervorming zit nu in een eindfase en de wet van 15 mei 2007 werd zopas goedgekeurd.
Persbericht 14 mei 2013